Het geloof van Martha

Gepubliceerd op 1 april 2026 om 11:38

Waaruit blijkt dat Martha de schriften goed kende? Uit welke uitspraak blijkt, dat Martha er het volste vertrouwen in had, dat God Jezus alles zou geven waar Hij om vroeg? Wat zijn haar bruikbare eigenschappen in het koninkrijk van God? En de valkuilen hierbij? Lees meer over het geloof van Martha. 


Martha ging Jezus tegemoet

Het viel me hier op dat Maria thuis bleef zitten en dat Martha degene was, die Jezus tegemoet ging, toen Hij vlakbij het dorp was. 

De reden was dat hun broer, Lazarus was gestorven.

Zodra Martha dan hoorde dat Jezus kwam, ging zij Hem tegemoet, maar Maria bleef in huis zitten.

(Johannes 11:20, HSV)

Martha was altijd in beweging voor anderen. Ze had het welzijn van de ander op het oog. Een mooie eigenschap. Wel met het gevaar om jezelf uit het oog te verliezen. Een ander gevaar is dat je van anderen hetzelfde verwacht en vergeet te zitten aan de voeten van Jezus om te luisteren naar Zijn woorden. Dat lezen we in de alom bekende tekst, waarin Jezus haar terecht wijst. 


Ook nu weet ik dat God U alles, wat U van God vraagt, geven zal

Martha geloofde sterk, dat God Jezus alles wat Hij van God zou vragen, geven zou. Zij gelooft in de wonderen, die Jezus kan doen.

Martha nu zei tegen Jezus: Heere, als U hier geweest was, zou mijn broer niet gestorven zijn,

maar ook nu weet ik dat God U alles wat U van God vraagt, geven zal.

(Johannes 11:21-22, HSV)


Ik weet dat mijn broer weer zal opstaan op de laatste dag

Hieruit blijkt dat Martha (ondanks dat ze altijd druk bezig was om voor iedereen te zorgen), de schriften toch wel goed kende.

Ze zegt dat ze gelooft in de opstanding van de doden, op de laatste dag. 

Jezus zei tegen haar: Uw broer zal weer opstaan.

Martha zei tegen Hem: Ik weet dat hij zal opstaan bij de opstanding op de laatste dag.

(Johannes 11:23-24, HSV)


Ja, Heere, ik geloof dat U de Christus bent, de Zoon van God, Die in de wereld komen zou

Ook heeft Martha de diepe overtuiging, dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, Die in de wereld komen zou.

Jezus zei tegen haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was hij gestorven,

en ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid. Gelooft u dat?

Zij zei tegen Hem: Ja, Heere, ik geloof dat U de Christus bent, de Zoon van God, Die in de wereld komen zou.

(Johannes 11:25-27, HSV)


De Meester is er en Hij roept u

Martha gaat van Jezus, die buiten het dorp is, terug naar haar zus Maria, om haar te zeggen, dat de Meester, Jezus, er is en haar roept.

En na dit gezegd te hebben ging zij weg en riep Maria, haar zuster, onopgemerkt en zei: De Meester is er en Hij roept u.

Zodra die dat hoorde, stond zij snel op en ging naar Hem toe.

(Johannes 11:28-29, HSV)


Heb Ik u niet gezegd dat u, als u gelooft, de heerlijkheid van God zult zien?

Jezus had zowel aan Martha en Maria een boodschap teruggestuurd, toen zij Hem op de hoogte hadden gebracht van hun zieke broer. 

Hier lezen we deze boodschap. 

En toen Jezus dat hoorde, zei Hij:

Deze ziekte is niet tot de dood, maar is er met het oog op de heerlijkheid van God, opdat de Zoon van God erdoor verheerlijkt wordt.

(Johannes 11:4, HSV)

In de onderstaande tekst, wijst Jezus, Martha er nogmaals op, dat Hij had gezegd, dat als ze gelooft, ze de heerlijkheid van God zou zien. 

Jezus zei: Neem de steen weg. Martha, de zuster van de gestorvene, zei tegen Hem: Heere, hij ruikt al, want hij ligt hier al voor de vierde dag.

Jezus zei tegen haar: Heb Ik u niet gezegd dat u, als u gelooft, de heerlijkheid van God zult zien?

(Johannes 11:39-40, HSV)


Het geloof van Martha wordt werkelijkheid

Het geloof van Martha wordt werkelijkheid. Zij had toch met volle overtuiging tegen Jezus gezegd, dat ze geloofde, dat God Jezus alles zou geven, waar Hij om vroeg? 

Zij namen dan de steen weg waar de gestorvene lag. En Jezus hief de ogen omhoog en zei: Vader, Ik dank U dat U Mij verhoord hebt.

En Ik wist dat U Mij altijd verhoort, maar ter wille van de menigte die om Mij heen staat, heb Ik dit gezegd, opdat zij geloven dat U Mij gezonden hebt.

En toen Hij dit gezegd had, riep Hij met een luide stem: Lazarus, kom naar buiten!

En de gestorvene kwam naar buiten, gebonden aan handen en voeten met grafdoeken, en zijn gezicht was omwonden met een zweetdoek. Jezus zei tegen hen: Maak hem los en laat hem weggaan.

(Johannes 11:41-44, HSV)

Het doel van de opstanding van Lazarus was, dat velen in Jezus zouden gaan geloven. Dat God hierdoor verheerlijkt zou worden. Dat gebeurde. Vele Joden geloofden in Jezus. 

Lees het hele hoofdstuk nog eens. 


Martha ontving Jezus in haar huis

Martha had de gave van gastvrijheid. 

Het was Martha, die Jezus ontving in haar huis.

Het gebeurde, toen zij onderweg waren, dat Hij in een dorp kwam. En een vrouw van wie de naam Martha was, ontving Hem in haar huis.

(Lukas 10:38, HSV)

Welk karakter we ook hebben met onze valkuilen. Jezus heeft ons allemaal even lief. Zo had Jezus zowel Martha, Maria en Lazarus lief.

Jezus nu had Martha en haar zuster en Lazarus lief.

(Johannes 11:5, HSV)


Reactie plaatsen

Reacties

Aritha
25 dagen geleden

Dank je wel. Dit is zo mooi. Heel blij dat ik de tijd nam om te lezen.

Ilona
22 dagen geleden

Dankjewel Aritha.. fijn dat je de tijd kon nemen om het te lezen en er iets aan had. Lieve groet,
Ilona