Wist je dat de Samaritanen half-Joden zijn? afstammelingen zijn van EfraÏm en Manasse? Hier een stukje achtergrond van de ontmoeting van Jezus bij de bron van Jakob.
Jakob gaf Jozef één deel meer dan zijn broers
En ík geef jou één deel meer dan je broers, een bergrug, die ik met mijn zwaard en mijn boog uit de hand van de Amorieten heb genomen.
(Genesis 48:22, HSV)
Dit stuk grond gaat naar zijn kleinzonen
Jakob adopteert als het ware zijn kleinzonen Efraïm en Manasse.
Zij zijn namelijk half-Joden, omdat de vrouw van Jozef de dochter was van een Egyptische priester.
Hij zorgde ervoor dat zij ook een erfdeel met de rest van de stammen zouden krijgen.
Nu dan, jouw twee zonen, die bij jou in het land Egypte geboren zijn voordat ik bij je in Egypte kwam, zijn van mij.
Genesis 48:5, HSV)
Jezus zat bij de bron dichtbij dat erfdeel
Hij kwam dan bij een stad in Samaria, Sichar genoemd, dicht bij het stuk grond dat Jakob zijn zoon Jozef gegeven had.
En daar was de bron van Jakob. Jezus nu ging, vermoeid van de reis, bij de bron zitten. Het was ongeveer het zesde uur.
(Johannes 4:5-6, HSV)
De Joden hebben de Samaritanen niet als zodanig geaccepteerd
Uit dit alles blijkt dus dat de Samaritaanse vrouw dus een afstammeling was van Efraïm en Manasse.
Maar de Joden hadden hen blijkbaar niet geaccepteerd als hun familie.
De Samaritaanse vrouw dan zei tegen Hem:
Hoe vraagt U, Die een Jood bent, van mij te drinken, die een Samaritaanse vrouw ben?
Want Joden hebben geen omgang met Samaritanen.
(Johannes 4:9, HSV)
De barmhartige Samaritaan
Jezus liet in deze gelijkenis een Samaritaan zien, die wist wat naastenliefde inhield. Dit in tegenstelling tot de Joden, die de halfdode man, die aan de kant van de weg lag, lieten liggen.
De Samaritaan ontfermde zich juist over een man.
Maar een Samaritaan die op reis was, kwam in zijn buurt, en toen hij hem zag, was hij met innerlijke ontferming bewogen. Hij tilde hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem.
(Lukas 10:33-34, HSV)
Reactie plaatsen
Reacties